De gemeente beslist niet op tijd over uw WOZ-bezwaar: welke termijn geldt er eigenlijk?

Overzicht

Bij een WOZ-bezwaar krijgt u zelf zes weken om te reageren. Voor de gemeente geldt iets heel anders: zij heeft in beginsel tot het einde van het kalenderjaar waarin uw bezwaarschrift binnenkomt. Dat verrast bijna iedereen, en het is de reden dat een bezwaar uit februari soms pas in november wordt afgedaan. Dat is niet per definitie te laat, en u kunt er iets aan doen zodra het dat wel is.

Belangrijkste punten

  • Voor een WOZ-bezwaar geldt een eigen beslistermijn: in beginsel uitspraak in hetzelfde kalenderjaar waarin het bezwaar is ontvangen.
  • Die regel staat in artikel 30, negende lid, van de Wet WOZ en wijkt bewust af van de gewone zes weken.
  • Dient u uw bezwaar in in de laatste zes weken van het jaar, dan geldt juist wél het gewone regime van de Algemene wet bestuursrecht.
  • Is de termijn verstreken, dan kunt u de gemeente schriftelijk in gebreke stellen. Daarna heeft zij nog twee weken.
  • Pas daarna kan er een dwangsom gaan lopen, voor ten hoogste 42 dagen (indicatief 2026: maximaal ongeveer EUR 1.442).
  • Loopt het bezwaar nog terwijl de aangifte erfbelasting moet worden gedaan, dan gaat de aangifte vóór. Een latere verlaging kan daarna nog worden verwerkt.

Waarom uw bezwaar zo lang kan duren

Bij de meeste overheidsbesluiten beslist een bestuursorgaan binnen zes weken op een bezwaar, te verdagen met maximaal zes weken. Dat staat in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht.

Voor de WOZ is daarvan afgeweken. Artikel 30, negende lid, van de Wet WOZ bepaalt dat de gemeenteambtenaar uitspraak doet in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen, als dat bezwaar niet in de laatste zes weken van dat jaar is ingediend. De achtergrond is praktisch: gemeenten versturen de beschikkingen in februari en krijgen daarna tienduizenden bezwaren tegelijk binnen.

Voor u betekent dat het volgende:

Wanneer uw bezwaar binnenkomt Wanneer de gemeente in beginsel uitspraak moet doen
Vóór de laatste zes weken van het jaar (dus doorgaans tot ongeveer half november) Vóór 31 december van datzelfde jaar
In de laatste zes weken van het jaar Zes weken na het einde van de bezwaartermijn, met de mogelijkheid te verdagen met ten hoogste zes weken

Een gemeente die in maart uw bezwaar ontvangt en in oktober beslist, zit dus binnen de wet. Vervelend, maar niet onrechtmatig. Dit kan per situatie verschillen: heeft de gemeente u gevraagd een verzuim te herstellen, dan wordt de termijn opgeschort.

De gemeente beslist niet op tijd over uw WOZ-bezwaar: welke termijn geldt er eigenlijk?

Waarom dit bij een erfenis extra wringt

Bij een gewone huiseigenaar gaat het over de gemeentelijke belastingen van dat jaar. Een paar maanden wachten is dan hinderlijk, niet meer. Bij een nalatenschap lopen er twee klokken naast elkaar. Terwijl het WOZ-bezwaar bij de gemeente ligt, loopt de termijn voor de aangifte erfbelasting door. Die is twintig maanden na overlijden bij een overlijden vanaf 1 januari 2026, en acht maanden bij eerdere overlijdens (indicatief 2026). De WOZ-waarde bepaalt de grondslag waarover u erfbelasting betaalt, maar de Belastingdienst wacht niet tot de gemeente klaar is.

Dat voelt als een val, en dat is het niet. De volgorde is:

  1. Doe de aangifte op tijd, met de WOZ-waarde zoals die er dan staat. Een lopend bezwaar is geen geldige reden om uit te stellen.
  2. Meld het lopende bezwaar, zodat duidelijk is dat de waarde nog niet vaststaat.
  3. Wordt de waarde later verlaagd, dan kunt u de al vastgestelde erfbelasting laten aanpassen; zie erfbelasting terugvragen na een WOZ-verlaging.

Belastingrente gaat in beginsel pas lopen vanaf twintig maanden na het overlijden bij een overlijden vanaf 2026, en vanaf acht maanden bij eerdere overlijdens. Een tijdige, complete aangifte voorkomt die rente meestal (indicatief 2026).

De gemeente is te laat: zo stelt u haar in gebreke

Is 31 december voorbij zonder uitspraak, of in het tweede geval de termijn van zes plus zes weken, dan heeft u een middel in handen. De regeling voor niet tijdig beslissen staat in de Algemene wet bestuursrecht en geldt uitdrukkelijk ook voor beslissingen op bezwaar.

De route in drie stappen:

  1. Stel de gemeente schriftelijk in gebreke. Een korte brief of e-mail volstaat: u noemt uw bezwaarschrift met datum en kenmerk, constateert dat de beslistermijn is verstreken, en verzoekt binnen twee weken uitspraak te doen. Gebruik het woord ingebrekestelling. Veel gemeenten hebben hiervoor een formulier.
  2. Wacht twee weken. Beslist de gemeente in die twee weken, dan is er geen dwangsom verschuldigd. Dat is vaak precies wat er gebeurt, en het echte doel van de brief.
  3. Gebeurt er niets, dan gaat de dwangsom lopen, voor ten hoogste 42 dagen. Indicatief 2026: EUR 23 per dag voor de eerste veertien dagen, EUR 35 voor de volgende veertien en EUR 45 voor de resterende dagen, dus maximaal ongeveer EUR 1.442. De gemeente moet de dwangsom daarna zelf bij beschikking vaststellen.

Let op de uitzonderingen: er is geen dwangsom verschuldigd als u onredelijk laat in gebreke stelt, als u geen belanghebbende bent, of als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is. Wacht dus niet een jaar met de brief, en zorg dat u als erfgenaam ook echt belanghebbende bent. Heeft u nooit een beschikking op uw naam gehad, lees dan de WOZ-waarde van een overledene opvragen; op grond van artikel 26 van de Wet WOZ (en in sommige gevallen artikel 28) kunt u er een op eigen naam vragen, waarop de gemeente in beginsel binnen acht weken beslist.

En als de gemeente daarna nog niets doet

Blijft het stil, dan kunt u bij de rechtbank beroep instellen tegen het niet tijdig beslissen. Dat kan zodra de gemeente in gebreke is en er twee weken zijn verstreken na uw ingebrekestelling. Voor dat beroep geldt geen vaste termijn, maar het moet ook niet onredelijk laat worden ingediend.

In de praktijk komt het zelden zo ver: een ingebrekestelling is voor een belastingafdeling een signaal dat een dossier aandacht nodig heeft, en de meeste zaken worden in die twee weken afgedaan. Een uitkomst is nooit gegarandeerd. Een dwangsom zegt bovendien niets over de inhoud: de gemeente kan ook te laat beslissen én uw bezwaar afwijzen.

Een illustratief voorbeeld

Stel dat een woning in maart 2026 wordt geërfd en de erfgenamen in april bezwaar maken, omdat de woning in slechte staat is. De gemeente heeft dan in beginsel tot 31 december 2026. In september is er nog niets gebeurd, terwijl de aangifte erfbelasting moet worden ingediend. De erfgenamen doen de aangifte met de bestaande WOZ-waarde en melden het lopende bezwaar. In november verlaagt de gemeente de waarde met EUR 40.000. Valt de verkrijging in de tweede schijf, met 20 procent voor een kind (indicatief 2026), dan kan dat in de orde van EUR 8.000 schelen. Die verlaging wordt niet automatisch verwerkt: de erfgenamen vragen daar zelf om.

Dit is een rekenvoorbeeld, geen toezegging. Of een bezwaar slaagt en met welk bedrag verschilt per woning, per gemeente en per onderbouwing. Blijft alles in de eerste schijf, dan is het effect ongeveer de helft.

Wat u zelf kunt bijhouden

Noteer de datum van ontvangst van uw bezwaarschrift en vraag om een ontvangstbevestiging. Zet 31 december van dat jaar in uw agenda als eerste peilmoment, en bewaar brieven waarin de gemeente verdaagt of om stukken vraagt, want die kunnen de termijn opschorten. Houd de termijn voor de aangifte erfbelasting daarnaast apart bij: die loopt los van het bezwaar door. Komt de aanslag erfbelasting binnen terwijl het bezwaar nog loopt, lees dan bezwaar maken tegen de aanslag erfbelasting.

Liever uit handen geven?

Erfslim beoordeelt de WOZ-waarde van een geërfde woning, voert zo nodig het bezwaar en houdt de termijnen in de gaten, op basis van no cure, no pay. Slaagt het bezwaar niet, dan betaalt u niets. De voorwaarden staan in WOZ-bezwaar op basis van no cure, no pay. Een uitkomst is nooit gegarandeerd. Wilt u eerst weten of bezwaar in uw situatie zin heeft, lees dan erfbelasting verlagen via WOZ-bezwaar of wanneer een WOZ-waarde na overlijden te hoog staat. Een overzicht van de heffing zelf vindt u in de gids erfbelasting in Nederland.

Begrippenlijst

  • Beslistermijn: de periode waarbinnen de gemeente uitspraak moet doen op uw bezwaarschrift.
  • Verdagen: het officieel uitstellen van de beslissing, bij een gewoon bezwaar met ten hoogste zes weken.
  • Ingebrekestelling: een schriftelijke mededeling dat de beslistermijn is verstreken, met het verzoek binnen twee weken te beslissen.
  • Dwangsom: een geldbedrag dat een bestuursorgaan verbeurt voor elke dag dat het na de ingebrekestelling nog te laat is.
  • Uitspraak op bezwaar: het besluit waarin de gemeente uw bezwaar toewijst, deels toewijst of afwijst.
  • Belastingrente: rente over de periode vanaf twintig maanden na het overlijden (acht maanden bij een overlijden in 2025 of eerder) tot hooguit zes weken na de dagtekening van de aanslag. Die rente blijft in beginsel achterwege als de aangifte op tijd binnen is en de aanslag er niet van afwijkt. Rente over te laat betalen heet invorderingsrente.

Veelgestelde vragen

Hoe lang mag de gemeente doen over mijn WOZ-bezwaar?

In beginsel tot het einde van het kalenderjaar waarin uw bezwaarschrift is ontvangen, mits u het niet in de laatste zes weken van dat jaar heeft ingediend. Dat volgt uit artikel 30, negende lid, van de Wet WOZ.

Kost een ingebrekestelling mij geld?

Nee. U kunt die zelf sturen, en er zijn geen kosten aan verbonden.

Moet ik wachten met de aangifte erfbelasting tot het bezwaar is afgerond?

Nee, en dat is ook onverstandig. Doe de aangifte op tijd en laat een latere verlaging alsnog verwerken; zie erfbelasting terugvragen na een WOZ-verlaging.

Krijg ik de dwangsom automatisch?

De gemeente moet die zelf vaststellen nadat de periode is verstreken. Gebeurt dat niet, dan kunt u daarom verzoeken.

Mijn bezwaartermijn van zes weken is al verstreken. Heeft dit artikel dan nog zin?

Dit artikel gaat over de termijn van de gemeente. Over uw eigen termijn en de mogelijkheden daarna leest u meer in de termijn voor WOZ-bezwaar bij een erfenis.


Dit artikel is informatief bedoeld en houdt geen fiscaal of juridisch advies in. Termijnen, bedragen en tarieven zijn indicatief voor 2026, kunnen per situatie verschillen en worden periodiek aangepast; verifieer ze zo nodig op belastingdienst.nl of bij uw gemeente. Raadpleeg bij twijfel een notaris of adviseur.

Bronnen

Officiële bronnen bij dit artikel, geraadpleegd in oktober 2026:


Dit artikel is informatief bedoeld en geen persoonlijk fiscaal of juridisch advies. Bedragen zijn indicatief en gelden voor het genoemde jaar. Raadpleeg zo nodig een notaris of adviseur.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *