Uitstel van erfbelasting bij vruchtgebruik: wanneer kan het?

Overzicht

Wie de blote eigendom erft van een woning waarin de vruchtgebruiker blijft wonen, kan in beginsel uitstel van betaling van de erfbelasting krijgen, maar alleen onder strikte voorwaarden: er moet zekerheid worden gesteld, ook de vruchtgebruiker moet de belasting niet zonder buitengewoon bezwaar kunnen betalen, en er loopt rente. Vóór die regeling komt een eenvoudiger route: u mag vorderen dat de erfbelasting uit de met vruchtgebruik bezwaarde goederen wordt betaald, of de vruchtgebruiker schiet haar rentevrij voor. Voor kinderen bij de wettelijke verdeling bestaat een vergelijkbare uitstelregeling.

Belangrijkste punten

  • Over blote eigendom is de erfbelasting direct verschuldigd.
  • Route 1: betalen uit de bezwaarde goederen of een voorschot van de vruchtgebruiker, zonder rente (artikel 78 Successiewet 1956).
  • Route 2: uitstel van betaling als de woning de eigen woning van de vruchtgebruiker is (artikel 25 lid 20 Invorderingswet 1990), met zekerheid en invorderingsrente.
  • Uitstel verlaagt de belasting niet. Het bedrag volgt uit de WOZ-waarde van de woning.

Moet u erfbelasting betalen over blote eigendom, ook als u nog niets krijgt?

Ja. De erfbelasting wordt geheven van de verkrijger, en blote eigendom is een verkrijging, ook al kunt u er voorlopig niet over beschikken. De waarde is de waarde van de woning min de waarde van het vruchtgebruik.

Hoe die waarde wordt berekend, staat in vruchtgebruik van een woning en de erfbelasting. Groeit de blote eigendom later aan tot volledige eigendom, dan volgt daarover in beginsel geen tweede heffing. U betaalt dus nu, over een woning waar u niet in woont en die u niet kunt verkopen. Daarvoor zijn de twee routes hieronder bedoeld.

Uitstel van erfbelasting bij vruchtgebruik: wanneer kan het?

Route 1: betalen uit het vruchtgebruik of laten voorschieten

Als bloot eigenaar mag u vorderen dat de erfbelasting die u verschuldigd bent, wordt betaald uit de goederen die met het vruchtgebruik zijn belast, tenzij de vruchtgebruiker ervoor kiest het bedrag voor te schieten. Over die betaling of dat voorschot bent u de vruchtgebruiker geen rente verschuldigd (artikel 78 lid 1 SW).

Drie kanttekeningen:

  • Het geldt niet als het testament iets anders bepaalt.
  • Het geldt niet voor de geldvordering van kinderen bij de wettelijke verdeling; zie verderop.
  • Bestaan de bezwaarde goederen vooral uit de woning zelf, dan is betalen eruit in de praktijk lastig. Dan komt de uitstelregeling in beeld.

Route 2: uitstel van betaling voor de blote eigendom van een woning

Die regeling bestaat, maar zij is smal. Zij geldt voor de blote eigendom van een woning die voor de vruchtgebruiker een eigen woning is, en alleen voor het deel van de erfbelasting dat u niet uit de rest van uw erfdeel kunt betalen.

De voorwaarden volgen uit artikel 35g Successiewet 1956 en artikel 25 lid 20 Invorderingswet 1990:

  1. U doet een verzoek. Voor het deel van de waarde waarvoor uitstel wordt gevraagd, volgt een zogeheten conserverende aanslag.
  2. U stelt voldoende zekerheid.
  3. De vruchtgebruiker kan de belasting niet anders dan met buitengewoon bezwaar betalen. Het vruchtgebruik van de woning zelf blijft bij die toets buiten beschouwing; zijn overige vermogen telt in beginsel wel mee.

Het uitstel eindigt onder meer als de woning voor de vruchtgebruiker niet langer een eigen woning is, bij verkoop van de blote eigendom, en bij faillissement of schuldsanering van de bloot eigenaar. Verhuist de vruchtgebruiker definitief, bijvoorbeeld naar een verpleeghuis, laat dan nagaan wat dat betekent. De Belastingdienst beoordeelt ieder verzoek afzonderlijk; uitstel is nooit vanzelfsprekend.

Loopt er rente over het uitstel?

Ja, in beginsel wel. De Invorderingswet noemt de gevallen waarin over uitstel geen invorderingsrente wordt berekend, en deze regeling staat daar niet tussen (artikel 28 lid 3 IW). Het actuele percentage wordt periodiek vastgesteld; u vindt het op belastingdienst.nl.

Dat is een belangrijk verschil met route 1: een voorschot van de vruchtgebruiker is rentevrij, uitstel van de Belastingdienst niet. Gewone betalingsregelingen staan in erfbelasting betalen: termijnen.

En bij de wettelijke verdeling?

Ook dan kan uitstel. Zonder testament krijgt de langstlevende partner alles en krijgen de kinderen een geldvordering, waarover zij nu erfbelasting betalen; zie erfbelasting over een kindsdeel dat u niet krijgt.

Bij de wettelijke verdeling is in beginsel de langstlevende verplicht de schulden van de nalatenschap te voldoen, waaronder de erfbelasting die op de erfgenamen rust (artikel 4:14 lid 1 en artikel 4:7 lid 1 onder e BW). Gaat het om de woning waarin de langstlevende blijft wonen, en kan de langstlevende de belasting niet anders dan met buitengewoon bezwaar betalen, de woning buiten beschouwing gelaten, dan kent de wet ook hier uitstel (artikel 35g lid 4 SW en artikel 25 lid 20 IW). Het uitstel eindigt voor zover de vordering wordt afgelost. Zie ook wettelijke verdeling.

Wat uitstel niet doet: de belasting verlagen

Uitstel verschuift het moment van betalen. Het bedrag blijft gelijk, en daar komt rente bij. Dat bedrag volgt rechtstreeks uit de WOZ-waarde van de woning, want de blote eigendom is de WOZ-waarde min de waarde van het vruchtgebruik.

Stel dat een woning een WOZ-waarde heeft van EUR 450.000 en de vruchtgebruiker 78 jaar is. Bij een rekenrente van 6 procent en leeftijdsfactor 5 (indicatief 2026) is het vruchtgebruik EUR 135.000 waard en de blote eigendom EUR 315.000. Twee kinderen krijgen ieder EUR 157.500. Na de vrijstelling van indicatief EUR 26.230 (2026) blijft per kind EUR 131.270 belast, in de eerste schijf tegen indicatief 10 procent: ruwweg EUR 13.127 per kind.

Staat de WOZ-waarde EUR 40.000 te hoog, dan werkt dat bij deze leeftijd voor 70 procent door in de blote eigendom. Per kind scheelt dat in dit voorbeeld ongeveer EUR 1.400 aan erfbelasting, waarover dan ook geen rente loopt. Dit voorbeeld is illustratief en vereenvoudigd.

Hoe ziet een bloot eigenaar de WOZ-waarde?

Meestal niet vanzelf. De WOZ-beschikking gaat naar degene die het genot van de woning heeft: de vruchtgebruiker (artikel 24 lid 3 Wet WOZ). Als bloot eigenaar kunt u een eigen, voor bezwaar vatbare beschikking vragen als u belang aannemelijk maakt, en dat belang is er omdat uw erfbelasting over die waarde wordt berekend. De gemeente beslist binnen acht weken (artikel 28 lid 1 Wet WOZ).

Wacht daar niet te lang mee: zo'n beschikking kan niet verder terugwerken dan het begin van het kalenderjaar vóór het jaar van uw verzoek (artikel 28 lid 2 Wet WOZ), en dit kan per situatie verschillen. Zie ook de WOZ-beschikking bij meerdere erfgenamen en welke WOZ-waarde telt.

Liever laten beoordelen?

Doe de gratis WOZ-check voordat u uitstel aanvraagt. Erfslim beoordeelt de WOZ-waarde van de geërfde woning en voert zo nodig het bezwaar, op basis van no cure, no pay: alleen als het bezwaar slaagt, betaalt u eenmalig per woning 4 procent (inclusief btw) over de daling van de WOZ-waarde. Slaagt het bezwaar niet, dan betaalt u niets. Een uitkomst is nooit gegarandeerd; zie no cure, no pay. Achtergrond: WOZ-waarde te hoog na overlijden, erfbelasting verlagen via WOZ-bezwaar, WOZ-waarde en erfbelasting en erfbelasting.

Begrippenlijst

  • Vruchtgebruik: het recht om een woning te gebruiken of de opbrengst te genieten zonder eigenaar te zijn.
  • Blote eigendom: het eigendom van een woning zonder het recht om haar te gebruiken zolang het vruchtgebruik loopt.
  • Conserverende aanslag: een aanslag die wordt vastgesteld, maar waarvoor onder voorwaarden uitstel van betaling geldt.
  • Invorderingsrente: rente die de Belastingdienst berekent als een aanslag later wordt betaald dan de betaaltermijn, ook bij verleend uitstel.
  • Buitengewoon bezwaar: de wettelijke maatstaf voor iemand die een aanslag redelijkerwijs niet kan betalen.
  • Onderbedelingsvordering: de geldvordering die een kind bij de wettelijke verdeling op de langstlevende ouder krijgt.

Veelgestelde vragen

Kan ik de erfbelasting uitstellen tot de vruchtgebruiker overlijdt?

In beginsel loopt het uitstel tot een beëindigingsgrond zich voordoet. Overlijdt de vruchtgebruiker of verhuist hij definitief, dan eindigt het.

Is het uitstel rentevrij?

Nee, er loopt invorderingsrente. Rentevrij is alleen het voorschot van de vruchtgebruiker of de betaling uit de bezwaarde goederen op grond van artikel 78 SW.

Geldt dit ook voor een vakantiehuis of een verhuurde woning?

Nee. De regeling ziet op een woning die voor de vruchtgebruiker een eigen woning is.

Wanneer vraag ik het uitstel aan?

Bij voorkeur al bij de aangifte, en in elk geval vóór de uiterste betaaldatum van de aanslag. De werkwijze kan per situatie verschillen.


Dit artikel is informatief bedoeld en houdt geen fiscaal of juridisch advies in. Of uitstel wordt verleend, beoordeelt de Belastingdienst per geval. Bedragen, factoren en tarieven zijn indicatief voor 2026; verifieer ze zo nodig op belastingdienst.nl. Raadpleeg bij twijfel een notaris of adviseur.

Bronnen

Officiële bronnen bij dit artikel, geraadpleegd in oktober 2026:


Dit artikel is informatief bedoeld en geen persoonlijk fiscaal of juridisch advies. Bedragen zijn indicatief en gelden voor het genoemde jaar. Raadpleeg zo nodig een notaris of adviseur.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *