Overzicht
Overlijdt de eerste ouder en is er geen testament, dan geldt de wettelijke verdeling: de langstlevende partner krijgt alle bezittingen, en de kinderen krijgen een geldvordering op die partner. Die vordering is in beginsel pas opeisbaar als ook de langstlevende overlijdt. Toch krijgen de kinderen nú al een aanslag erfbelasting. Er wordt dus belasting geheven over geld dat zij jaren later pas ontvangen. Hoe hoog die aanslag is, hangt voor een groot deel af van de WOZ-waarde van de woning.
Belangrijkste punten
- Bij de wettelijke verdeling krijgen kinderen een niet-opeisbare vordering, geen geld.
- Over die vordering is bij het eerste overlijden al erfbelasting verschuldigd, boven de vrijstelling.
- De vrijstelling voor een kind is indicatief EUR 26.230 in 2026; voor de partner indicatief EUR 828.035.
- De langstlevende krijgt daardoor meestal een aanslag van nul, de kinderen niet.
- De erfbelasting van de kinderen hoort bij de schulden van de nalatenschap, en die komen bij de wettelijke verdeling voor rekening van de langstlevende.
- Bij het overlijden van de langstlevende betaalt u niet opnieuw over hetzelfde: uw vordering gaat dan als schuld van haar of zijn nalatenschap af.
- In 2026 is de wettelijke rente indicatief 4 procent en dus lager dan de grens van zes procent: er komt dan geen wettelijke verhoging bij de vordering.
- Zit er een woning in de nalatenschap, dan telt die verplicht op WOZ-waarde mee, en die waarde bepaalt de omvang van uw vordering.
Hoe de wettelijke verdeling uitpakt
Is er geen testament en laat de overledene een echtgenoot of geregistreerd partner en kinderen na, dan verdeelt de wet de nalatenschap automatisch. De langstlevende krijgt alle goederen en schulden. De kinderen krijgen een vordering ter grootte van hun erfdeel, in beginsel pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende. Meer daarover staat in wettelijke verdeling.
Fiscaal gaat de Belastingdienst uit van wat u verkrijgt, niet van wat u in handen krijgt. Uw vordering is een verkrijging. Daarover betaalt u erfbelasting, voor zover die boven uw vrijstelling uitkomt.

Waarom de kinderen betalen en de partner niet
De vrijstellingen lopen ver uiteen. Voor een partner geldt in 2026 een vrijstelling van indicatief EUR 828.035, voor een kind indicatief EUR 26.230. De partner blijft daardoor in veruit de meeste gevallen onder de vrijstelling en betaalt niets. Zie erfbelasting voor de partner en vrijstellingen erfbelasting.
Voor de kinderen ligt dat anders. Alles boven EUR 26.230 is belast, in 2026 indicatief tegen 10 procent tot een belaste verkrijging van EUR 158.669 en 20 procent daarboven. Zie erfbelasting voor kinderen.
Wie die aanslagen betaalt, regelt de wet ook. De aanslag staat op naam van ieder kind. Maar de erfbelasting die op de erfgenamen rust, hoort bij de schulden van de nalatenschap, en bij de wettelijke verdeling komen die schulden voor rekening van de langstlevende. In de regel voldoet de langstlevende de aanslagen van de kinderen dus uit de nalatenschap. Dat is een verplichting die de wet bij haar of hem legt, en dus in beginsel geen gift aan de kinderen. Omdat het om een schuld van de nalatenschap gaat, werkt die betaling wel door in de berekening van de vorderingen. Een testament kan dit anders regelen. Hoe het in uw situatie is verwerkt, kan de notaris laten zien.
De rente over uw vordering
Over de vordering kan rente lopen. De wet regelt dat terughoudend: de vordering wordt van rechtswege verhoogd met het percentage waarmee de wettelijke rente zes procent te boven gaat, berekend over de hoofdsom.
In 2026 is de wettelijke rente voor niet-handelstransacties indicatief 4 procent. Dat is lager dan zes procent, dus er komt op grond van de wet geen verhoging bij. Veel online uitleg noemt nog een percentage van zeven procent en een oplopende vordering; dat beeld is voor 2026 achterhaald.
Er zijn twee manieren waarop er alsnog rente kan lopen. Het testament kan iets anders bepalen: een erflater kan een ander percentage vastleggen of de vordering juist renteloos maken. En de erfgenamen kunnen iets afspreken: een renteafspraak binnen de aangiftetermijn wordt voor de erfbelasting in beginsel meegenomen alsof zij uit het erfrecht voortvloeit. Laat u daarover vooraf informeren, want het verschuift belasting tussen het eerste en het tweede overlijden.
De woning: waar uw vordering vandaan komt
Hier zit het deel dat bijna nergens wordt uitgelegd.
Uw vordering is een afgeleide van de omvang van de nalatenschap bij het eerste overlijden. Zit daar een woning in, en dat is meestal de grootste post, dan schrijft de wet voor dat die woning voor de erfbelasting wordt gewaardeerd op de WOZ-waarde. Niet op de marktwaarde, niet op een taxatie. Zie WOZ-waarde en erfbelasting.
Staat die WOZ-waarde te hoog, dan is de nalatenschap op papier groter dan zij is. Uw vordering is dan groter, uw belaste verkrijging is groter, en uw aanslag is hoger. Die aanslag wordt nu betaald, over geld dat u pas bij het tweede overlijden krijgt.
Eerlijk is eerlijk: bij het tweede overlijden komt de vordering als schuld in mindering op de nalatenschap van de langstlevende, dus over twee overlijdens heen middelt een te hoge waardering deels uit. Maar er wordt nú te veel betaald, uw vrijstelling van EUR 26.230 wordt nú verbruikt tegen een opgeblazen bedrag, en of het later precies terugkomt hangt af van de omvang van die tweede nalatenschap en van de tarieven die dan gelden.
Waarom dit bijna nooit wordt gecontroleerd
Omdat niemand er op dat moment last van lijkt te hebben. De langstlevende krijgt een aanslag van nul door de partnervrijstelling. De kinderen krijgen een aanslag die door diezelfde langstlevende wordt betaald en stellen geen vragen. De woning wordt niet verkocht, want de langstlevende blijft er wonen. Er is dus geen moment waarop iemand de WOZ-waarde naast de werkelijkheid legt.
Pas jaren later, bij de verkoop, blijkt hoe die waarde zich tot de werkelijkheid verhield. Dan is de beschikking uit het jaar van het eerste overlijden niet meer aan te vechten. Ditzelfde patroon speelt bij een tweetrapsmaking, maar de wettelijke verdeling geldt zonder testament voor vrijwel elk gezin.
Een illustratief voorbeeld
Stel dat een vader overlijdt en een echtgenote van 72 en twee kinderen nalaat. De nalatenschap bestaat vooral uit de woning met een WOZ-waarde van EUR 480.000 en EUR 40.000 spaargeld, zonder hypotheek. Ieder erft een derde, dus ongeveer EUR 173.333.
Omdat er geen rente over de vorderingen loopt, telt de Belastingdienst het voordeel dat de moeder heeft van het blijven gebruiken van de erfdelen bij haar verkrijging op en trekt het af van die van de kinderen: 6 procent maal factor 7 (bij een leeftijd van 70 tot 75 jaar), samen 42 procent van de vordering. Elk kind wordt daardoor belast over ongeveer EUR 100.500. Na de vrijstelling is dat ongeveer EUR 74.300, waarover indicatief 10 procent verschuldigd is: ruwweg EUR 7.400 per kind (2026), zonder dat zij een cent in handen krijgen. De moeder blijft ook met dat voordeel ruim onder haar vrijstelling.
Zou de WOZ-waarde na bezwaar EUR 440.000 blijken, dan daalt ieders belaste verkrijging met ongeveer EUR 7.700, en dat scheelt per kind indicatief ongeveer EUR 770. Het grotere effect komt bij het tweede overlijden, als de hele woning in één nalatenschap valt. Dit voorbeeld is illustratief en vereenvoudigd (zonder kosten en zonder de verrekening van de erfbelasting zelf); uw situatie kan anders uitpakken en een uitkomst is nooit gegarandeerd.
Wat u kunt nakijken
- Welke WOZ-waarde is gebruikt in de aangifte? De wet laat een keuze tussen de waarde van het jaar van overlijden en die van het jaar daarna. Zie welke WOZ-waarde telt.
- Klopt die waarde met de staat van de woning? Oppervlakte, onderhoud, isolatie, ligging. Een woning waarin dezelfde mensen veertig jaar hebben gewoond, is zelden gemiddeld.
- Is er bezwaar mogelijk? In beginsel binnen zes weken na dagtekening; dat kan per situatie verschillen. Erfgenamen kunnen in de loop van het jaar om een eigen beschikking vragen, waarna in beginsel een nieuwe termijn gaat lopen.
- Is de aangifte al ingediend? Ook dan kan een lagere WOZ-waarde nog doorwerken. Zie erfbelasting verlagen via WOZ-bezwaar en aangifte erfbelasting.
Kunt u de aanslag niet betalen, kijk dan naar de mogelijkheden in erfbelasting betalen: termijn en mogelijkheden.
De waarde laten beoordelen
Het moment om naar de WOZ-waarde te kijken is het eerste overlijden, niet het tweede. Erfslim beoordeelt de WOZ-waarde van de woning en voert zo nodig het bezwaar, op basis van no cure, no pay. Slaagt het bezwaar niet, dan betaalt u niets. De voorwaarden staan in WOZ-bezwaar op basis van no cure, no pay. Een uitkomst is nooit gegarandeerd. Hoe de aanslag is opgebouwd, leest u in erfbelasting.
Begrippenlijst
- Wettelijke verdeling: de verdeling die de wet automatisch toepast als er geen testament is en er een partner en kinderen zijn.
- Onderbedelingsvordering: de geldvordering die een kind krijgt op de langstlevende, ter grootte van het erfdeel.
- Opeisbaar: het moment waarop u de betaling daadwerkelijk kunt vorderen; bij de wettelijke verdeling in beginsel pas bij het overlijden van de langstlevende.
- Wettelijke rente: het rentepercentage dat de overheid vaststelt; per 1 januari 2026 indicatief 4 procent voor niet-handelstransacties.
- Belaste verkrijging: het deel van uw erfdeel dat boven de vrijstelling uitkomt en waarover u erfbelasting betaalt.
- WOZ-waarde: de waarde die de gemeente vaststelt en die de wet voorschrijft voor de waardering van een woning in de erfbelasting.
Veelgestelde vragen
Moet ik erfbelasting betalen terwijl ik niets krijg?
Bij de wettelijke verdeling is dat inderdaad het geval. U verkrijgt een vordering, en daarover wordt geheven.
Mag mijn moeder of vader die aanslag voor mij betalen?
Bij de wettelijke verdeling is dat zelfs de regel. De aanslag staat op uw naam, maar de erfbelasting van de kinderen hoort bij de schulden van de nalatenschap, en die komen voor rekening van de langstlevende. Het is daarom in beginsel geen gift aan u. De betaling werkt wel door in de hoogte van uw vordering. Een testament kan het anders regelen.
Betaal ik bij het overlijden van mijn moeder opnieuw erfbelasting?
Niet opnieuw over hetzelfde. Bij haar overlijden wordt uw vordering opeisbaar. In haar nalatenschap is die vordering een schuld, en die gaat eraf voordat wordt bepaald wat u van haar erft. Wel volgt er een nieuwe aanslag over wat zij zelf nalaat, met opnieuw een vrijstelling per kind en met de woning op de WOZ-waarde van dat moment. Stel dat uw ouders in gemeenschap van goederen getrouwd waren, twee kinderen hebben en samen alleen een woning van EUR 400.000 bezitten. Bij het eerste overlijden krijgt ieder kind een vordering van ongeveer EUR 66.667. Is de woning bij het tweede overlijden nog evenveel waard, dan erft ieder kind na aftrek van de vorderingen nog ongeveer EUR 133.333. Opgeteld is dat EUR 200.000 per kind, de helft van de woning, en over geen enkel deel wordt twee keer geheven. Dit voorbeeld is illustratief en vereenvoudigd; een testament of een afgesproken rente over de vordering kan het anders laten uitpakken. Hoe die tweede aanslag wordt berekend, leest u in erfbelasting bij het overlijden van de tweede ouder.
Loopt er rente over mijn vordering?
In 2026 op grond van de wet niet, omdat de wettelijke rente onder de zes procent ligt. Een testament of een afspraak kan wel rente regelen.
Kan ik nog iets aan de WOZ-waarde doen als de aangifte al is gedaan?
Mogelijk wel. Werkt een lagere WOZ-waarde door, dan kan de aanslag erfbelasting daarop worden aangepast.
Dit artikel is informatief bedoeld en houdt geen fiscaal of juridisch advies in. De wettelijke verdeling en de gevolgen daarvan verschillen per situatie en per testament. Bedragen, tarieven en percentages zijn indicatief voor 2026 en worden jaarlijks aangepast; verifieer ze zo nodig op belastingdienst.nl en rijksoverheid.nl. Raadpleeg bij twijfel een notaris of adviseur.
Bronnen
Officiële bronnen bij dit artikel, geraadpleegd in oktober 2026:
- Belastingdienst: Wat is de wettelijke verdeling?
- Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikel 13
- Rijksoverheid: Hoe hoog is de wettelijke rente?
Geef een reactie